cattery spotlight

Om een hybride te kunnen fokken moet er sterke overeenkomst zijn in het DNA.

Hoe meer dit op elkaar lijkt hoe makkelijker het is om een hybride te fokken. Bij te veel genetische verschillen is er geen nageslacht mogelijk.

 

Bijna alle katachtigen hebben een zelfde aantal chromosomen (38 is 19 paar) 

Uitzondering is de groep Leopardus ook wel pardelkatten genoemd ,

 hieronder vallen de  Ocelot , Margay, Tijgerkat, Geofftoykat, Bergkat, Colocolocat , Nachtkat en de Pampakat

Deze hebben 36 chromosomen ( 18 paar)

 

Wanneer je nu een gedomesticeerde kat met een van bovenstaande wilde katten zou willen kruisen ontstaat er dus een probleem in het nageslacht. 

38 + 36 = 74 : 2 = 37 dit is dus een oneven aantal.

Het vormen van geslachtscellen met een oneven aantal chromosomen zorgt voor de problemen.

Geslachtscellen hebben de helft van het aantal chromosomen van een gewone cel na reductiedeling.

Dit is een tweedelig delingsproces dat  voortplantingscellen produceert.

Moeder geeft de helft en vader ook dat zou samen weer even aantal in de voortplantingscel moeten geven.

Door een  oneven aantal chromosomen wordt geen levensvatbaar sperma geproduceerd.

Vandaar ook dus dat de meeste vrouwelijke dieren wel vruchtbaar zijn. Het duurt dus blijkbaar ongeveer 4 tot 5 generaties waarbij voor het nageslacht dus de gedomesticeerde  kater gebruikt wordt voordat het chromosoomaantal weer gelijk is in de katers.

 

Een oneven aantal chromosomen zorgt ervoor dat deze kat groter wordt dan zijn ouders. Dit geldt alleen voor de F1 generatie en men denkt dat dit komt door het missen van een bepaald gen dat de groei reguleert.

 

Maar de serval en de gedomesticeerde kat hebben WEL een gelijk aantal chromosomen.

In de verte zijn ze familie van elkaar. Waarom zijn dan ook hier toch de eerste generaties mannelijke dieren onvruchtbaar?

 

Een verandering in DNA leidt ertoe dat de cel andere of zelfs geen eiwitten aanmaakt zodat de cel en het aanwezige organisme anders of zelfs niet meer functioneert ( onvruchtbaarheid)

In een hybride breng je genen samen die van nature niet bij elkaar horen en dus niet op elkaar afgestemd zijn.

Uit onderzoek tussen de wilde kat en de gedomesticeerde kat zou blijken dat het mannelijke geslachtschromosoom van de wilde kat zou verschillen met die van de gedomesticeerde soort wat het bewijs voor soort verschil zou zijn. Combinatie van beide zou dus voor onvruchtbaarheid zorgen. ( Verandering van DNA)

Dit zou een soort van natuurlijke bescherming zijn tegen de vermenging van soorten.

Het zou dus zo kunnen zijn dat net als in het geval van de oneven chromosomen het ook in dit geval 4 tot 5 generaties duurt voordat het DNA  zich weer zover hersteld heeft dat ook hier de katers weer vruchtbaar zijn. Dan spreekt men ook pas van vol ras Savannah. De invloed van de serval zou niet meer merkbaar zijn. Dit zou ook verklaren dat je meer kans hebt een vruchtbare F4 te krijgen wanneer hier meer ander ras in gebruikt is dan Savannah zelf. In de 4e generatie Savannah kan het DNA van de serval nog steeds te veel invloed hebben.

 

Let wel dit laatste is een eigen theorie en niet wetenschappelijk bewezen

 

Over het algemeen, (en dan heb ik het niet alleen over katachtigen) zouden hybriden meer op hun moeder lijken dan op hun vader. In de meeste F1 savannahs zie je de serval wel terug vooral in formaat maar je kan toch duidelijk zien dat het geen serval is door de invloed van de moederpoes. Er zijn nog maar weinig F1 savannahs met een serval moeder. Sommige Savannah katers willen geen serval poes dekken wanneer dat wel het geval is , is het verschil in afmeting vaak een probleem. De meeste katers pakken de poes vast in haar nek en missen daardoor in lengte. Gezien het verschil in draagtijd tussen serval en domestic poes zou het fokken van F1 met een serval poes mijn inziens voor minder geboorteproblemen zorgen. 

 

 

                                                             B. Hagebeek