cattery spotlight

Calcium problematiek bij jonge Servals 

 

De laatste tijden komen er steeds meer meldingen binnen over problemen door calcium problemen bij serval kittens. Met als gevolg botbreuken. Wanneer  een pup/ kitten via de voeding een overmaat aan calcium opneemt,

zal de aanmaak van vitamine D in het lichaam dalen. Hierdoor zal er een afwijkende mineralisatie van het kraakbeen vanuit de groeischijven plaatsvinden, wat tot een verbreding van de groeischijven, een scheefstand van botten, slappe botten, botten met een dunne schors, een afwijkende stand en afwijkende groei van botten en tot afwijkingen en onregelmatigheden in gewrichten kan leiden. Als pups/kittens via hun voeding te weinig calcium binnenkrijgen, zal de productie en afgifte van het paraathormoon toenemen. Dat zorgt er voor dat er calcium uit botten wordt gehaald, wat leidt tot botafbraak in plaats van botopbouw.

 

Een groenhoutbreuk is een breuk bij een jong dier waarbij, doordat de botten nog elastischer zijn, er maar 1 schors (cortex) van het bot breekt terwijl de andere cortex gebogen is.

 

Een aparte groep van breuken zijn de breuken door de groeiplaten. De groeiplaat is een soort kraakbeenschijf van waaruit de lengtegroei van het bot plaatsvindt. Zodra een dier uitgegroeid is sluit deze groeiplaat zich (en wordt het ‘verbeend’). Deze types fracturen zien we dus enkel bij jonge, groeiende honden en katten. In het geval van een breuk door de groeiplaat kan er achteraf een verminderde groei of een scheve groei van het betreffende bot worden waargenomen. Hoe jonger de patiënt, hoe groter de kans op deze afwijkende groei.

 

Uit onderzoek blijkt dat het lichaam meer calcium uitscheidt na een eiwitrijke maaltijd. Toch heeft dat geen effect op de botsterkte of het risico op botbreuken. Er is zelfs onderzoek waaruit blijkt dat een eiwitrijke voeding het risico op botontkalking verkleint. Dat komt waarschijnlijk doordat eten met veel eiwit ook veel calcium bevat.

Kortom: het lichaam verliest calcium maar krijgt ook meer calcium binnen.

 

Een serval vereist een minimum van 54 mg calcium per pond dagelijks. Voorbeeld: Een 10-pond serval moet 540 mg per dag krijgen. De Calcium- eis voor een serval is één van de hoogste van alle zoogdieren. Aan de uitwerpselen kan men zien of de serval voldoende calcium binnen krijgt, deze moet heel licht bruin zijn, met een bijna  grijze tint.

 

Volgens Rivivel solutions:

 

Queening – How Calcium Helps

Fifty percent of kitten loss occurs just before or during birth. There are a number of reasons, one being weak contractions during queening. Calcium can help mom have effective contractions for more efficient live births.

 

GENERAL QUEENING CONCERNS

Cat moms normally do not want company when giving birth unless she has bonded with you. Queens prefer a closed in area where they feel safe with no other cats visible. If queens feel uncomfortable, they can stop labor and pick it up again when they are comfortable. This slow birthing contributes to stress on the kitten and to kitten loss at or just before birth. It is important to house the queen in a comfortable and safe place the week before birth starts.

 

 

Getting kittens on the ground more effectively is an achievable goal. For several years we have used calcium to shorten early labor. The body's demand for calcium increases during labor as calcium is the lube that allows the uterine muscle fibers to slide past each other creating effective contractions. At the same time, calcium is also being pulled for milk production. If there are marginal calcium levels present, the contractions are not as strong and the high risk kitten is the one still in the uterus once labor begins.

 

HOW TO USE CALCIUM

Calcium is a mineral which plays an important role in muscle contraction and in building the frame we stand on. Muscles and bones actually work together. When the level of calcium in the blood is too low, calcium is pulled out of the bone. When we have excess calcium, it is replaced. This regulation works well if we do not shut it down by supplementing calcium at the wrong time.

 

In late pregnancy, the queen’s demand for calcium begins to increase with fetal demand and mammary gland development. The parathyroid gland requests calcium from the bone to supplement calcium levels as needed. We want the queen to gear up for the minute by minute calcium need and use her stores in late pregnancy. This allows the queens normal calcium regulation to be ready for labor and lactation needs.

 

Once a queen is in labor and her calcium need is increasing rapidly, calcium can be supplemented. You can comfortably supplement calcium as early as 48 hours before labor begins but only the queen knows when these babies are being born.

 

WHEN TO GIVE CALCIUM

We are not speeding anything up, just making mom more efficient at her job. When the queen starts into labor and we know she is giving birth today, we give her one dose of a fast absorbing calcium gel like Oral Cal Plus™. Calcium gel can be wiped in the mouth and does not have to be swallowed to be absorbed. Give 1 cc is 1ml of gel at the start of labor and a second just before or after the first kitten is born. That is all most queens need; but if labor slows or progress is slow you can repeat the dose safely. Using calcium gel helps mom have effective contractions to get kittens on the ground efficiently.

 

Calcium supplementation is not difficult to understand. It’s about using the appropriate calcium supplement when needed and not before. Calcium makes moms more effective at their job when giving birth. If the queen’s job is easier, she is less tired and does not give up on the last kitten which avoids a C-Section. Queens who are not tired do a better job or mothering during the first 24 hours. That saves kittens!

 

 

Cystinurie.

 

Vele van ons hebben er wel eens van gehoord of over gelezen, vooral wanneer men bij de verschillende Facebook Serval groepen kijkt. Een serval die ziek is, toevallen heeft, neurologische problemen lijkt te hebben, of ander afwijkend gedrag vertoont. Aan Cystinurie wordt vaak niet gedacht.

 

Cystinurie is een aandoening die wordt veroorzaakt door defecten in het aminozuur transport in de nieren en dunne darm.  Het is gemeld bij mensen, honden, huiskatten, fretten, niet-lokale canids en niet-binnenlandse felids, waaronder servals (Leptailurus serval).  Genetische mutaties zijn geïdentificeerd bij honden, mensen en huiskatten.  Cystinurie volgt meestal een autosomaal recessieve overerving, hoewel het autosomaal dominant en geslachtsgebonden kan zijn.  Het primaire doel van deze studie was om met behulp van de screeningstest voor cyanide-nitroprusside urinemonsters gedroogd op filterpapier van gevangen servals in de Verenigde Staten te screenen op cystinurie.  Een tweede doelstelling was om te bepalen of cystinurie erfelijk is in servals.  Servals werden in eerste instantie geworven voor de studie door onderzoek.  Eigenaren en instellingen die geïnteresseerd waren in deelname kregen een tweede enquête en filterpapier voor het verzamelen van urinemonsters.  Monsters werden verzameld van 25 servals.  Een extra serval met bevestigde cystine urolithiasis werd toegevoegd voor een totale monstergrootte van 26 servals.  Zevenentwintig procent (7/26) was positief, 54% (14/26) was zwak positief en 19% (5/26) was negatief.  Seks, reproductieve status en urineverzameling methode hadden geen significante associatie met testresultaten.  Deze aandoening wordt waarschijnlijk onder gerapporteerd in servals en moet worden uitgesloten in elke serval met niet-specifieke tekenen van ziekte;  neurologische symptomen zoals lethargie, ataxie of epileptische aanvallen;  ptyalism;  of tekenen van lagere urinewegen zoals dysurie, hematurie, strangurie, pollakiurie of urethrale obstructies.

 

Woordverklaring:

 

Cyanide-Nitroprusside < urine test papier welke verkleurd naar gelang het resultaat.

 

Autosomaal recessief < het gen is bij beide ouders aanwezig.

.

Autosomaal dominant < 50% kans het aangedane gen te erven en ook ziek te worden.

 

Lethargie < sloom inactief.

 

Ataxie < onregelmatige beweging van de ledematen te wijten aan de fijne coördinatie van spierbewegingen.

 

Ptyalism < overmatig speekselen.

 

Hematurie < bloed in urine ( niet altijd zichtbaar met het blote oog).

 

Dysurie/Strangurie < moeilijke, soms pijnlijke urinelozing waarbij geen of weinig urine af vloeit. 

 

Pollakiurie < meerdere urine lozingen in kleine hoeveelheden.

 

Urethrae obstructies < verstopping in de urineleider.